Guido Gezelles eros  -  Urbain Van de Voorde

KORTE INHOUD

In Gezelle’s eros (1930) onderstreepte hij als één der eersten de platonisch-erotische component in Gezelle’s poëzie.

Daarin een beschouwing tot verklaring van Gezelle’s jarenlang stilzwijgen als dichter, niet omdat de kerkelijke overheid hem tegenwerkte, doch voortvloeiende uit zijn eigen gesteldheid. Hij haalt daarbij Gezelle’s gedicht aan, voor Eugeen van Oye, zijn vriend, onder de titel:
DIEN AVOND EN DIE ROOZE,

met als slot:

Noch nooit een blom zoo schoon,
van u
gezocht, geplukt, gelezen,
als die dien avond b...
1930 Taal: Nederlands zie alle details...
Deel:kopieer

Categorie

Details

1930 75 paginas Taal: Nederlands